Taakverdeling bestuursorganen gemeente

Het bestuur van de gemeente bestaat uit drie organen:

  • de gemeenteraad, die om de vier jaar wordt gekozen uit en door de bevolking;
  • het college van burgemeester en wethouders, dat naast de burgemeester bestaat uit minimaal 2 wethouders, die door de gemeenteraad worden gekozen;
  • de burgemeester, die een aantal zelfstandige wettelijke taken en bevoegdheden heeft, met name op het terrein van de openbare orde en veiligheid.

 

De gemeenteraad

Met de komst van de Wet dualisering gemeentebestuur in 2002 is de taak van de gemeenteraad aangepast.
Kort gezegd zijn de drie hoofdfuncties van de gemeenteraad nu:

  • het vertegenwoordigen van de bevolking van de gemeente (volksvertegen-woordigende rol);
  • het vaststellen van de hoofdlijnen van welke kant het met de gemeente op moet, onder andere door het vaststellen van verordeningen (kaderstellende rol);
  • het controleren van het werk van het college van burgemeester en wethouders (controlerende rol).


Het vertegenwoordigen van de bevolking komt voor de gemeenteraadsleden op de eerste plaats. Hiervoor hebben de raadsleden meer tijd en gelegenheid, omdat ze zich niet meer direct bezig hoeven te houden met de (voorbereidende en uitvoerende) bestuurstaken van de gemeente. Daar is het college van burgemeester en wethouders voor verantwoordelijk. De gemeenteraad kan burgemeester en wethouders wél ter verantwoording roepen voor hun bestuurswerk en een wethouder, in het uiterste geval, ontslaan.
De verhouding tussen raad en college lijkt op de verhouding tussen de Tweede Kamer en het Kabinet. De gemeenteraad is hierbij te vergelijken met de Tweede Kamer, het college van burgemeester en wethouders met het Kabinet.
Deze bestuurlijke werkwijze (sinds 2002) wordt ook wel het duale stelsel genoemd: het college van burgemeester en wethouders en de raad hebben, meer dan voorheen, ieder hun eigen verantwoordelijkheden en eigen taken en bevoegdheden.

 

Om hun taak goed uit te kunnen voeren staat de raadsleden een aantal mogelijkheden ter beschikking, zoals:

  • het indienen van een amendement: een (in de regel schriftelijk) voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen;
  • het indienen van een motie: een korte en gemotiveerde schriftelijke verklaring over een onderwerp waardoor door de raad een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken. Zo kan bijvoorbeeld in een motie het college worden verzocht bepaalde stappen te ondernemen, evt. inclusief een tijdpad hierbij. Er is hierbij sprake van een verzoek aan het college, niet van een opdracht. Mocht het college de motie naast zich neer willen leggen bestaat voor de raad als uiterste sanctie de mogelijkheid van het indienen van een motie van wantrouwen;
  • het indienen van een initiatiefvoorstel: een schriftelijk ingediend (uitgewerkt) voorstel voor een verordening of een ander voorstel;
  • het verzoeken tot het houden van een interpellatie: het vooraf schriftelijk ingediende verzoek om tijdens een raadsvergadering inlichtingen over een bepaald onderwerp te verlangen;
  • het stellen van schriftelijke vragen aan het college of de burgemeester. Het Reglement van orde bevat hiervoor een nadere procedure;
  • het verlangen van inlichtingen: het college en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de raad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur. Zij geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Raadsleden kunnen dergelijke inlichtingen schriftelijk verzoeken.
  • het stellen van vragen in de rondvraag: de voorzitter stelt de raadsleden bij de rondvraag van de raadsvergaderingen in de gelegenheid korte vragen te stellen omtrent actuele aangelegenheden die de gemeente betreffen.

 

Het college van burgemeester en wethouders
Het college van burgemeester en wethouders vormt het dagelijks bestuur van de gemeente. Dat betekent bijvoorbeeld dat vergunningverlening, voorbereiding van projecten en plannen en de uitvoering hiervan door het college plaatsvindt, ondersteund door het ambtelijk apparaat. Het college heeft hiernaast een aantal zelfstandige taken en bevoegdheden. Met name zijn de privaatrechtelijke bevoegdheden tot het takenpakket van het college gaan behoren (bijvoorbeeld grondtransacties, aankopen, opdrachten).
Het college is volgens de Gemeentewet in ieder geval bevoegd:

  • het dagelijks bestuur van de gemeente te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet de raad of de burgemeester hiermee is belast;
  • beslissingen van de raad voor te bereiden en uit te voeren, tenzij bij of krachtens de wet de burgemeester hiermee is belast;
  • regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de gemeente, met uitzondering van de organisatie van de griffie;
  • ambtenaren, niet zijnde de griffier en de op de griffie werkzame ambtenaren, te benoemen, te schorsen en te ontslaan;
  • tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten;
  • te besluiten namens de gemeente, het college of de raad rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij de raad, voor zover het de raad aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist;
  • ten aanzien van de voorbereiding van de civiele verdediging;
  • jaarmarkten of gewone marktdagen in te stellen, af te schaffen of te veranderen.

 

De wethouders mogen geen deel meer uitmaken van de gemeenteraad en kunnen eventueel ook buiten de raadsleden worden gekozen. Als een raadslid tot wethouder wordt gekozen moet hij of zij het raadslidmaatschap opgeven.

 

De burgemeester
De burgemeester wordt voor 6 jaar benoemd door de Koningin, op voorstel van de Minister van Binnenlandse Zaken. De gemeenteraad maakt daartoe een voordracht. Na afloop van de benoemingstermijn kan herbenoeming, ook weer voor 6 jaar, plaatsvinden.
De burgemeester heeft, onder andere op grond van de Gemeentewet, een aantal speciale (zorg)taken en bevoegdheden, zoals:

  • is voorzitter van de gemeenteraad en van het college van burgemeester en wethouders;
  • is belast met de handhaving van de openbare orde en heeft het opperbevel bij brand en rampenbestrijding;
  • bevordert de eenheid van het collegebeleid;
  • kan onderwerpen aan de agenda voor een vergadering van het college toevoegen;
  • kan ten aanzien van geagendeerde onderwerpen een eigen voorstel aan het college voorleggen;
  • ziet toe op:
    • een tijdige voorbereiding, vaststelling en uitvoering van het gemeentelijk beleid en van de daaruit voortvloeiende besluiten, alsmede op een goede afstemming tussen degenen die bij die voorbereiding, vaststelling en uitvoering zijn betrokken;
    • een goede samenwerking van de gemeente met andere gemeenten en andere overheden;
    • de kwaliteit van procedures op het vlak van burgerparticipatie;
    • een zorgvuldige behandeling van bezwaarschriften;
    • een zorgvuldige behandeling van klachten door het gemeentebestuur;
  • vertegenwoordigt de gemeente in en buiten rechte;
  • bevordert overigens een goede behartiging van de gemeentelijke aangelegenheden.


Son, augustus 2011.

 

 

 

Lees voor