De waterschappen gebruiken de WOZ-waarde voor de heffing van de watersysteemheffing gebouwd, die geheven wordt van eigenaren van gebouwde onroerende zaken. Op een enkele uitzondering na betreft dit dezelfde onroerende zaken als bij de gemeentelijke onroerende-zaakbelastingen. Naast de watersysteemheffing gebouwd heffen de waterschappen de omslag ongebouwd, met de oppervlakte als heffingsmaatstaf. De meeste onroerende zaken die in de omslag ongebouwd worden betrokken zijn vrijgesteld in het kader van de Wet WOZ (bijvoorbeeld bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond en natuurterreinen), zodat hiervoor geen WOZ-waarde vastgesteld hoeft te worden. Voor deze objecten wordt de oppervlakte gebruikt als grondslag voor de omslag ongebouwd.
In de meeste gevallen zal dus de WOZ-waarde voor de omslag gebouwd door het waterschap gebruikt worden. Alleen indien een object gedeeltelijk gebouwd is en gedeeltelijk ongebouwd (bijvoorbeeld boerderij met landbouwgrond) geldt de waarde van het gebouwde gedeelte voor de omslag gebouwd.
Voorbeeld:
Ongebouwde objecten zijn gekoppeld aan kadastrale percelen. De oppervlakte van die kadastrale percelen wordt gebruikt om de omslag ongebouwd te berekenen. Bij een boerderij met een heleboel grond er omheen wordt in het kader van de Wet WOZ de waarde bepaald van de gebouwen (de woning en de bedrijfsgedeelten) en de grond die hieraan dienstbaar is, bijvoorbeeld het erf. Voor dit deel wordt een aanslag gebouwd opgelegd. De weilanden, dus de grond die niet dienstbaar is aan de woning en de gebouwen, zijn als bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond vrijgesteld. Met de oppervlakte van die weilanden wordt de omslag ongebouwd berekend.
