Historie

1. Prehistorie

Het stroomgebied van de Dommel is al duizenden jaren bewoond. Mensen vestigden zich al in de Steentijd aan de boorden van dat riviertje en van de beken die op de Dommel uitkwamen. Dit gebeurde steeds in een vast patroon. De natte beemden werden gebruikt als grasland die in de wintermaanden meestal onder water stonden. De hoger gelegen grond diende als bouwland voor boerenfamilies die zich hierop vestigden. Bos en heide in de omgeving dienden als jachtgebied. Op de heide graasden schapen die belangrijk waren voor wol en mest. De Dommel leverde vis en werd bij voldoende hoge waterstand misschien ook gebruikt voor transport.

De eerste bewoners

De eerste mensen die hier hun sporen hebben nagelaten, leefden in de Oude Steentijd (12.000 - 10.000 voor Christus). Ze hadden geen vaste woonplaats. Archeologen hebben een tijdelijk jachtkampje ontdekt bij de Sonse kerk. Het eerste echte dorp dateert uit de bronstijd (1700-800 voor Christus) en bevond zich op Ekkersrijt, op de plek waar nu het grote verkeersknooppunt A50 / A58 ligt. Het was een grote nederzetting van minstens 24 boerderijen, meer dan tachtig bijgebouwen, twee grafheuvels en een aantal crematiegraven. De vondst van zo’n omvangrijke woonplaats is uniek voor deze periode. Ook later, in de IJzertijd (ongeveer 800-100 voor Christus), hebben op Ekkersrijt mensen gewoond. In Breugel zijn sporen van zeer vroege bewoning aangetroffen onder de Hooidonkse Akkers, daterend van de Steentijd tot en met de Romeinse tijd, met een hoogtepunt tussen 500 en 250 voor Christus.

Van 100 voor Christus tot 1000 na Christus

In de Romeinse tijd (100 voor Christus tot 400 na Christus) is het centrum van Son waarschijnlijk een bijzondere plek geweest. Er zijn veel vondsten gedaan, waaronder stukken dakpan, scherven van mooi versierd aardewerk en gouden sieraden. Later heeft er op de plek ten westen van de kerk een Frankische boerderij gestaan en sindsdien is er in Son constant bewoning geweest.

2. De eerste schriftelijke vermelding in 1107 van Son

Altare de Sunna

De vroegste schriftelijke vermelding van een nederzetting Son is te vinden in een pauselijke brief uit 1107. Het gaat om een oorkonde waarin paus Paschalis II de benedictijner abdij van Sint Truiden bevestigt in haar bezittingen en rechten, waaronder het ¨altare de Sunna¨. Dit betekent dat de abdij het recht had om in Son de zielzorg uit te oefenen en de inkomsten van die zorg te innen. Wat we ons moeten voorstellen van dat ¨altare de Sunna¨ is onduidelijk. Wellicht dat het een romaans stenen kerkje is geweest, vergelijkbaar met dat in Oirschot (Boterkerkje).

Het ontstaan van de dorpsgrenzen

In 1107 waren er maar weinig bewoners in deze streek. De meeste mensen woonden in boerderijtjes gemaakt van leem, wilgentenen en stro. Er ontstonden kleine nederzettingen, waarvan er sommige in de loop van de tijd een kerk kregen, een markt en een schepenbank voor bestuur en lagere rechtspraak. Tot in het laatste kwart van de vorige eeuw waren die nederzettingen binnen Son en Breugel nog duidelijk herkenbaar. Eeuwenlang bleven voornamelijk landbouw en veeteelt de middelen van bestaan. Het aantal mensen dat hier woonde bleef in grote lijnen eeuwenlang constant en kerk en religie waren al die eeuwen ijkpunten in de samenleving.

Van de geschiedenis van de parochie Breugel is minder bekend. Het archief van het kapittel van Sint-Oedenrode dat de parochie beheerde, is in 1583 bij een brand in de kapittelkerk verloren gegaan. De grenzen van de parochies en het leefgebied van de plaatselijke gemeenschap werden vastgelegd en beschreven in 1355. Zij bleven vrijwel ongewijzigd tot in de jaren zeventig van de vorige eeuw.

Grondgebied Son en Breugel

3. Son en Breugel in de vijftiende eeuw

Twee zelfstandige dorpen

In het midden van de vijftiende eeuw waren Son en Breugel twee min of meer zelfstandige dorpen, bestuurd door een gezamenlijk dorpsbestuur, de schepenbank. Ze lagen ter weerszijden van een (soms wankele) brug die twee langgerekte straten verbond (nu Dommelstraat en Veerstraat), gescheiden door de Dommel, waaraan de beemden lagen. Rondom die twee kernen lag een krans van gehuchten, zoals Bokt, Aanschot en Olen en nog verder weg de heide, tenminste aan de Sonse kant.

Ieder dorp zijn kerk

Twee kerken stonden op korte afstand terzijde van de Straat. De Sonse kerk werd na 1445 gebouwd, de Breugelse is wellicht wat ouder. Beide gebouwd in de stijl van de Brabantse gotiek waren het middelpunt van de samenleving. Daar werd gebeden en vergaderd en recht gesproken, soms kregen de kinderen daar onderwijs. Daar kwam men om raad en schoolde men samen in tijden van rampspoed. Niet dat het in het midden van de vijftiende eeuw zo slecht ging, er was zelfs een zekere mate van welvaart. De boerenbevolking groeide tot zo’n duizend mensen, de (Brabantse Bourgondische) hertogen hadden bestuur en rechtspraak goed geregeld.

Orde en rust

Er was orde, rust en regelmaat. De “gebueren” van Son en van Breugel leefden dicht bijeen, veel in familieverbanden. Iedereen kende elkaar en er was veel sociale controle. In zo een samenleving had je elkaar nodig. Er waren broederschappen zoals het Sint Catharinagilde in Son. Men werd lid voor de gezelligheid, maar als er problemen waren hielp men elkaar.

4. In vogelvlucht door de zestiende en zeventiende eeuw

De opstand

In het begin van de zestiende eeuw was Brabant een deel van de zeventien door de Spaanse koning Philips II bestuurde gewesten. Hij deed dat op zo’n manier dat er weerstand ontstond tegen zijn centraliserende aanpak. Sinds het tweede kwart van deze eeuw kreeg de protestantse religie steeds meer aanhangers. De vorming van nieuwe bisdommen was een van de maatregelen om die ontwikkeling tegen te gaan. De in Son geboren Franciscus van de Velde werd in 1559 onder de naam Franciscus Sonnius de eerste bisschop van 's-Hertogenbosch. Voor de Nederlandse gewesten was de maat echter vol. Er ontstond verzet op politiek en godsdienstig gebied, uitmondend in de Beeldenstorm van 1566 en het begin van de zo genoemde Tachtigjarige Oorlog.

Repressie

Philips II nam harde maatregelen om de opstand te onderdrukken. Hij stuurde troepen, hief belastingen (de honderdste penning) en bestreed de rebellie en het opkomende protestantisme met een waar schrikbewind. De honderdste penning was een extra en eenmalige belasting van 1% op alle bezittingen, die in 1570 werd geheven. Uit de lijst van bezittingen van de inwoners van Son blijkt dat het merendeel huis en haard bezat met een akkertje groesland en teulland, een koeweike, een beemd, een dries.

De opstand was echter niet meer te dempen. De tijden werden guur toen in het eerste kwart van de zeventiende eeuw allerlei troepen door Brabant begonnen te marcheren. In 1629 werd Den Bosch door de Staatse troepen ingenomen onder leiding van Frederik Hendrik. Maar de Spaanse troepen bleven in de buurt. Son en Breugel werd door beide troepen regelmatig bezocht. Ze roofden geld en goederen en bedreigden de bevolking. Van de welvaart van de beide dorpen bleef weinig over. Breugel ging zelfs failliet en de gehele bevolking trok weg.

Tweederangs burgers

In 1648 werd Brabant definitief opgedeeld in een Spaans gedeelte en een noordelijk deel dat tot de Republiek van de Verenigde Nederlanden ging behoren. Het katholicisme werd Dommelstraat 12, Son, 1999verboden, maar de bevolking bleef voor het overgrote deel katholiek. De kerken van Son en Breugel werden voor de katholieke eredienst gesloten. Een protestantse voorganger nam het roer over en preekte voor enkele allochtone notabelen, zoals de vorster, de schoolmeester en de stadhouder. De stadhouder woonde in de Dommelstraat in het huis dat nu nummer 12 heeft. Zij zagen toe op "paapse stouticheden".

Aanpassing

Maar bijna iedereen ging zijn traditionele gang en trok zich weinig aan van die paar nieuwe buitenstaanders. De katholieken hielden hun godsdienstoefeningen op geheime plaatsen. Later toen het regime iets soepeler werd, konden ze onder voorwaarden en tegen betaling schuurkerken inrichten en gebruiken. Son had er twee: in de Dommelstraat en op de Heuvel. Breugel had er een aan het eind van het Pieter Brueghelplein.

5. De achttiende eeuw

Rond 1700 telde Son en Breugel ongeveer 1500 inwoners; dat zou twee eeuwen zo blijven. Het dorpsbestuur, dat vergaderde in het huis in de Dommelstraat, kreeg in 1783 een eigen huisvesting door de bouw van het raadhuis op de Markt.

Vrijheid, gelijkheid

Pastorie in Son, c. 1950Tegen het eind van de achttiende eeuw kregen de katholieken meer ruimte, omdat de scherpte van de protestantse maatregelen begon af te nemen. Desondanks bleven de protestantse bestuurders hun (economische) grip op de bevolking houden. In 1795 kwam de omslag. De Franse revolutie en het Franse bewind brachten nieuwe ideeën aan, o.a. over gelijke rechten voor protestant en katholiek. De katholieken waren veruit in de meerderheid en na enkele jaren kregen zij hun kerken weer terug.

 

 

 

 

Nieuwe pastorie

Oude Raadhuis aan de Markt, 1905In 1798 werd in Son een nieuwe pastorie gebouwd. Deze was zo mooi en luxueus, dat de dominee er schande van sprak. Het zou nog enige tijd duren, voordat de drie schuurkerken konden worden afgebroken, want de twee bestaande ‘grote’ kerken waren aan een grondige restauratie toe.

6. De negentiende eeuw

Franse bezetting

De bezetting door de Fransen bracht grote veranderingen met zich mee op het gebied van bestuur en wetgeving. Son en Breugel waren van oudsher bestuurlijk verbonden door een gezamenlijke schepenbank. In 1814, met de invoering van de grondwet, werden ze verenigd onder één gemeentebestuur. Na de Franse tijd bestond het dorpsbestuur uit schout en assessoren, de latere burgemeester en wethouders, en de gemeenteraad. In 1811 werd de Burgerlijke Stand ingevoerd en in 1832 kwam het Kadaster in werking.

Smid Theo Swinkels in zijn werkplaats in Breugel, 1976

Vrede maar ook stilstand

 De 19e eeuw betekende voor de bevolking een periode van vrede. Ook economisch was het een rustige tijd; er was geen vooruitgang te bespeuren. Zelfs de komst van de tram in 1897 bracht daar nauwelijks verbetering in. Industrie was er niet, wel een aantal kleine ambachtelijke bedrijfjes. In 1895 waren er 1 bierbrouwerij, 2 graanmolens, 6 bakkerijen, 2 schoenmakerijen, 6 klompmakerijen, 4 smederijen (foto: Smid Theo Swinkels in zijn werkplaats in Breugel, 1976) en 5 timmerwinkels, waarin 64 mannen en 2 jongens werkzaam waren.

7. De twintigste eeuw

Son en Breugel

1900-1930

Son bestond rond 1930 uit een raadhuis, een kerk, een oude pastorie en een parochiehuis. Verder waren er scholen voor jongens en meisjes, een klooster en een sanatorium, een melkfabriek en enkele herbergen. Het woningbestand omvatte enkele nette herenhuizen, woonhuizen annex winkels, overwegend kleine boerenbedrijven en nog wat arbeiderswoningen. Het beeld van het kleinere Breugel week daarvan nauwelijks af, maar het was nog meer agrarisch van aard.
Daarnaast woonden nogal wat mensen buiten die kernen. Aan de Sonse kant op Houtens, de Heuvel, Bokt of in de Philipswijk die in 1929 werd gebouwd. Of in het noorden op de nog niet zo lang ontgonnen heide (1927), die men Sonniuswijk gedoopt had. Ook Breugel kende zijn hoeken, het Eigen, het Keske, Olen. De weg tussen Son en Breugel was verhard met keien en later gold dit ook voor de wegen naar Woensel, Sint-Oedenrode en Nuenen. Voor de rest onverharde wegen, die vooral in de winter moeilijk begaanbaar waren.

Nieuwe bedrijvigheid

Het in de twintiger jaren gereed gekomen Wilhelminakanaal had nieuwe bedrijvigheid gebracht, vooral in Son. Vier bruggen (Stad van Gerwen, Stakenburg, het dorp en Houtens) verbonden de oevers. Bij die bruggen leek een herberg net zo nodig als een brugwachtershuisje. Breugel en ook de gehuchten ten zuiden van het Wilhelminakanaal behielden hun agrarische karakter. De kern van Son daarentegen breidde zich uit naar het zuiden tot over het kanaal. Er kwam industrie, zoals de betonindustrie in 1925 en de destructor in 1934. En er kwamen meer inwoners. In 1920 telde de gemeente nog 1756 inwoners, in 1940 dubbel zoveel, namelijk 3538. Die groei is voor een deel te verklaren vanuit de ontwikkeling van de Philipswijk en de Sonniuswijk. De cijfers tussen 1927 en 1929 laten een vestigingsoverschot zien van 604 personen. De gezinnen waren groot, bovengemiddeld naar landelijke maatstaven en overwegend katholiek.

Economische crisis

De uitgroei van de bedrijvigheid aan het eind van de twintiger jaren werd geremd door de economische crisis van de jaren dertig. Zowel in de industrie als in de landbouw moesten veel inwoners vele stappen terug doen. Het toenemende gebrek aan werk werd onder meer bestreden door tewerkstelling van werkelozen in het heidegebied tussen Best en Son. Van overheidswege werd een uitgebreid distributiestelsel ingevoerd om vraag en aanbod van landbouwproducten te reguleren. Wie niet aan de slag kon, moest een beroep doen op het burgerlijk armbestuur of de hulp vanuit de kerk. Families hielpen elkaar vooruit, burenhulp was een christenplicht.Twee gliders met elkaar in botsing tijdens de luchtlandingen in de Sonniuswijk.

Oorlog

Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog zijn in het kader van de operatie Market Garden op 17 september 1944 in Son duizenden Amerikaanse parachutisten en talloze vliegtuigen met militair materieel geland in de Sonniuswijk. Ook in de dagen erna ging de aanvoer door. In het centrum van Son was een militair hospitaal en op Wolfswinkel een begraafplaats. Diverse gedenktekens in het dorp herinneren aan deze tijd.

Veranderingen na de oorlog

Son en Breugel veranderde sterk in de jaren na de tweede wereldoorlog. De oude hoofdweg die als een lint door het dorp slingerde, werd rond 1960 aan de eisen van het toenemende verkeer Vanuit de Sonse toren: de Nieuwstraat en het Raadhuisplein in aanleg; rechts boven het toen nieuwe gemeentehuis, 1965aangepast. In feite betekende dit de afbraak van het oude Son. Nieuwe wijken ontstonden zoals de Breeakker, het Harde Ven en de Gentiaan, waarin zich mensen van elders vestigden.

Ook Breugel werd uitgebouwd in 't Eigen en Hoogstraat en verloor gaandeweg het agrarische karakter. De invloed van de katholieke kerk taande, al werd in 1960 in Son nog wel een heel grote kerk gebouwd en werd de kerk van Breugel opnieuw voorzien van kruisbeuken. Er kwam ook een nieuwe kerk voor protestantse inwoners.

Aanleg van de A50In de jaren zeventig moest in het zuidelijk deel van Son een zesde deel van het totale grondoppervlak worden afgestaan aan Eindhoven. In de overgebleven gehuchten ten westen van de Eindhovenseweg verdwenen alle boerderijen en ontstond het industrieterrein Ekkersrijt. Het gebied wordt doorsneden door de A50 die in 2003 geopend werd, wat tevens het startsein was voor een grootscheepse ombouw van de weg door het centrum van Son, de tweede in veertig jaar.

Uitgebreide informatie over de geschiedenis van Son en Breugel is te vinden in:

  • Jean Coenen, "Son en Breugel, van oudsher een kruispunt van wegen"; het boek over de geschiedenis van Son en Breugel tot 1960.
  • 'Son en Breugel 1960 -1970", het boek over de geschiedenis van de woelige jaren 60 van de vorige eeuw in tekst en beeld.
  • Heem Son en Breugel, het tijdschrift van de Heemkundekring Son en Breugel dat vier keer per jaar verschijnt.
  • De website van de Heemkundekring met meer dan 10.000 foto's.