Nationale Dodenherdenking in Son en Breugel 2026

Het is vandaag 4 mei. De dag waarop wij alle slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en van conflicten en vredesmissies daarna herdenken. Burgemeester Otters-Bruijnen staat stil bij dit moment in haar toespraak. Deze sprak ze zojuist (rond 20.15 uur) uit bij de officiële gemeentelijke herdenking in Son en Breugel.

Toespraak burgemeester Otters-Bruijnen, 4 mei 2026:

Beste aanwezigen,

Wat goed dat u hier met zovelen bij de Dodenherdenking aanwezig bent.
Vandaag zijn we samengekomen om de herinnering levend te houden van allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden, of waar ook ter wereld, zijn omgekomen of vermoord.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog, de koloniale oorlog in Indonesië, en in oorlogssituaties en vredesoperaties daarna.

Wij zijn hier samen om te herdenken.
En om te leren. 
Want herdenken zonder leren, maakt van geschiedenis iets dat achter ons ligt en onbelangrijk lijkt.
Terwijl geschiedenis ons juist wijze lessen te vertellen heeft.

Ik deel de volgende woorden met u:
“Ik denk heel veel aan jullie. 
Zit niet in over mij. 
Ik ben niet van chocola. 
Ik ben snel weer thuis.”

Het waren de laatste woorden van Hendrik Veeneman, waarnemend burgemeester van Son en Breugel, aan zijn vrouw en kinderen vanuit kamp Vught.
Hij schreef de tekst in 1944 op een vloeipapiertje dat door andere mensen uit het kamp gesmokkeld werd.
Samen met een aantal burgemeesters uit de regio was Hendrik Veeneman opgepakt door de Duitse bezetter en gevangengezet in kamp Vught, omdat zij geen inwoners wilden aanwijzen voor dwangarbeid.
Hendrik Veeneman werd maanden later vanuit Kamp Vught overgebracht naar kamp Sachsenhausen in Duitsland en vervolgens naar kamp Mauthausen in Oostenrijk.
Daar is hij op 14 april 1945 door uitputting gestorven.
Dochter Lisette Nienhaus-Veeneman heeft haar vader nooit gekend.
Hij overleed toen zij 9 maanden oud was.
Ondanks dat zij geen herinneringen aan haar vader heeft, is hij nog steeds heel dichtbij haar, doordat ze zijn ervaringen en die van de andere burgemeesters levend houdt en deze doorgeeft.
Dat doet zij onder andere samen met inwoner van Son en Breugel, Geert v.d. Eertwegh, een van de organisatoren van Camp Liberty.

Zij geven door, vooral aan de jongere generaties.
Zodat ze weten, zodat ze begrijpen.
En zodat ze leren hoe het anders kan, zonder geweld en wapens.
Al jarenlang wordt Lisette regelmatig in Son en Breugel en daarbuiten uitgenodigd door scholen om over haar vader te vertellen.
Zo staat zij komende week – en ik waardeer het dat ik erbij mag zijn - voor de klas bij basisschool De Harlekijn.
En leert zij de kinderen met het verhaal van haar vader over de gebeurtenissen van de Tweede Wereldoorlog.

Dat is wat verhalen en herinneringen doen.
Ze brengen het verleden dichtbij.
Ze maken geschiedenis menselijk en doen recht aan de slachtoffers.
Als de verhalen en de herinneringen vervagen, vervaagt onze geschiedenis en dreigen we te vergeten hoe oorlog begint.
Oorlog begint niet met geweld.
Oorlog begint met woorden, met het tegenover elkaar zetten van mensen.
Met wantrouwen en met uitsluiting. 
Als wij stoppen met luisteren naar elkaar, de verbinding met elkaar kwijtraken,  als we ophouden de ander als mens te zien, dan verliezen we naast elkaar ook onszelf.
En dat kan vreselijke gevolgen hebben.


Wereldwijd zien we hoe oorlog, geweld en uitsluiting nog altijd het leven van mensen bepalen.
Bijna de helft van de wereldbevolking, ongeveer 4 miljard mensen, woont in een land dat momenteel betrokken is bij vreselijke gebeurtenissen. 
Variërend van grootschalige oorlogen tussen landen tot interne conflicten en terroristische aanslagen.
Achter die cijfers gaan miljoenen mensen schuil die leven met onzekerheid en angst.
Ook wij ervaren hier indirect de gevolgen van de instabiele situatie in de wereld.

Bij ons is gelukkig geen oorlog, maar we zien wel dat woorden verharden.
Verschillen worden groter gemaakt dan ze soms zijn.
Mensen worden gereduceerd tot ‘wij’ en ‘zij’.
Als we al iets van onze geschiedenis moeten leren begrijpen, is dat we elkaar moeten leren begrijpen.
Om verschillen te overbruggen met gesprekken en om nieuwgierig naar elkaar te blijven.
En met elkaar verhalen te delen en door te geven.
Zoals Lisette dat doet, met het symbolische vloeipapiertje in haar hand.

Laten wij daarom niet alleen herdenken, maar ook waken.
Waken voor onverschilligheid.
Voor verdeeldheid.
Voor het verdwijnen van begrip en het omzien naar elkaar.
En laten wij werken aan wat ons verbindt.
Aan wat ons goed doet.
Kleine gebaren of daden maken soms al grote positieve verschillen.
Laat de verhalen van toen richting geven aan de keuzes die wij maken.
Met oog voor elkaar, met ruimte voor iedereen.
Zodat we kunnen zeggen: ‘Zit niet in over ons’.

Dank u.